Dinsdag 15 juni.
Bart en José zijn gisteren aangekomen en ’s ochtends kunnen we nog even naar de markt. Daarna regent het verder de hele dag. Om een uur of 6 net als we de sardines op de elektrische grillplaat willen leggen valt de stroom uit. Grappend maken we de wegwerp BBQ aan onder het mom van “Er is nu toch geen sprake van brandgevaar”. Als de sardientjes er net op liggen begint het weer te regenen. Maar we zetten de tafel boven de BBQ dus dat gaat wel goed. Het blijft maar regenen en de stroom is nog steeds niet terug. Gelukkig hebben we een volle accu op de laptop en kunnen we nog een filmpje kijken. Om een uur of elf rennen Bart en José door de stromende regen terug naar hun trekkerstentje.
Woensdag 16 juni.
Om een uur of 3 ’s nachts wordt ik de eerste keer wakker ik denk dat het ergens lekt in de stacaravan maar dat blijkt loos alarm. Wel doe ik een paar ramen dicht omdat het naar binnen regent. Om kwart over 4 schrik ik weer wakker. Nu gaat de telefoon. Bart. Ik neem op maar geen gehoor. Nieuwsgierig werp ik een blik naar buiten. Ik zeg tegen Jack “Het zal wel niet lang duren voordat José en Bart hierheen komen er staat een laag water van ca. 10 cm op de camping”. Verder zie ik ook al wet mensen heen en weer rijden. Vijf minuten laten verschijnen Bart en José inderdaad. We lopen de hele tijd te grappen en te grollen en omdat het water stijgt besluiten Jack en Bart een rondje op de camping te maken. We staan aan een riviertje en het water is al aardig gestegen en er komt van alles voorbij drijven. Wij maken ons geen zorgen. Onze stacaravan staat ca. 50 cm hoog en zo ver komt het toch niet. Inmiddels worden we wel door iemand gewaarschuwd om onze auto te verplaatsen. Het water staat nu op een hoogte van ca. 30 cm. Als Bart en Jack terugkomen kletsen we nog wat. En Jack besluit nog een kijkje buiten te nemen. Als hij de deur open wil doen lukt dit in eerste instantie niet. De veranda voor de stacaravan is gaan drijven en ligt nu voor de deur. Gelukkig laat deze zich gemakkelijk aan de kant schuiven en krijgen we de deur weer open waarna hij gelijk uit de hengsels valt. Inmiddels komt, terwijl ik de vaat doe, het water de caravan in. Ook hier hebben we weer een goede grap voor: De caravan staat nl. niet helemaal waterpas. Maar dat komt nu mooi uit. Loopt het straks allemaal weer makkelijk uit de caravan. Jack en Bart besluiten nogmaals een kijkje op de camping te nemen. Niet helemaal gerust besluit ik om een noodtasje klaar te maken voor het geval dat... Inmiddels komt het water tot de onderkant van Fenne’s campingbedje en wordt het toch echt tijd om haar er uit te halen. Even later rond een uur of vijf komt de campingbeheerder ons met zijn tractor redden. Als we uit de stacaravan stappen staat het water tot onze middel. Nog steeds kunnen we er de humor wel van in zien. We dammen echter wel een beetje in als we halverwege een ontredderde man oppikken die alleen maar kan mompelen: “Alles is naar de gallemiezen”.
Wij gaan naar onze auto’s en besluiten naar elders te vertrekken voordat we ook niet meer over de weg kunnen wegkomen. Bij de eerste de beste brug moeten we al omdraaien. Gelukkig kunnen we via de andere kant nog wel wegkomen. Het is een uur of 7 als we een bakkertje vinden die open is. Op onze blote voeten gaan we daar naar binnen en eten daar heerlijk een croissantje. Na een uurtje breken we op en besluiten naar een winkel te gaan om een paar slippers en andere noodzakelijke artikelen aan te schaffen. We rijden naar de eerste de beste grote supermarkt die natuurlijk nog dicht is. Bart en José hebben, op hun fietsen na, al hun spullen kunnen meenemen. Maar alles is wel enigszins vochtig. Geen probleem de zon schijnt dus we hangen alles te drogen. Ondertussen loopt de parkeerplaats vol met gestrande nederlanders. Aan gespreksstof geen gebrek. Sommige mensen zijn al vanaf de vorige avond 7 uur onderweg. Kunnen niet weg komen omdat alles is geblokkeerd. Bovendien hebben de meeste bijna geen benzine meer omdat ze nergens kunnen tanken aangezien de elektriciteit overal is uitgevallen. Wij hebben dus nog mazzel we hebben nog geslapen, Gelukkig gaat de supermarkt om 9 uur open op noodstroom en kunnen we het noodzakelijke aanschaffen. Jack belt met zijn reisverzekering wat we kunnen doen. Hij wordt snel afgescheept met de mededeling dat ze er vanaf weten en dat alles wel goed komt. Zoek maar onderdak en dan moeten we het later maar declareren. Vanaf nu is het woord van de week: “Declareren”. We besluiten naar St. Tropez te gaan om daar een beetje rond te slenteren. Nadat we daar een tijdje hebben rond gelopen begint bij mij de vermoeidheid toe te slaan bovendien zie ik de bui al hangen dat Fenne ook een beetje aan haar eindje is. We besluiten een hotel te gaan zoeken. We stappen de VVV binnen maar worden weer met de beroemde franse gastvrijheid behandeld. We krijgen een boekje en moeten het verder zelf maar uitzoeken. Gelukkig staat er in het boekje wel een aardig hotel. We besluiten maar meteen te bellen voordat alle hotels straks vol zitten. We kunnen nog een “familyroom” krijgen waar ze een campingbedje voor Fenne in zetten. Het is niet heel goedkoop maar ja. We kunnen het declareren. ’s Middags gaan José, Fenne en ik een tukje doen terwijl Jack en Bart weer terug naar de camping gaan om te kijken of het water al is gezakt zodat we onze spullen kunnen ophalen. Helaas mogen ze de camping niet op dus komen ze onverrichter zake weer terug. ’s Middags drinken we bij het zwembad nog een drankje en zwemmen nog wat. Althans Fenne (poedeltje naakt) en de mannen in hun shorts. Onze badkleding ligt nog in de caravan. Aan het zwembad heeft Bart nog een grap waar we, met uitzondering van José, hard om kunnen lachten. Bart wil nl. zijn tent ophalen hij is er erg aan gehecht. Ik verwacht dat hij helemaal onder de modder zit maar Bart ziet weinig problemen. Hij zegt: “We halen hem gewoon even door het zwembad en zeggen dat het het zwempak van José is.” ’s Avonds gaan we weer naar St. Tropez om een hapje te eten. Het hotel en het dorpje waar we zitten heeft nog steeds geen stroom. Het zal wel niet de goedkoopste locatie zijn om te eten maar ja, we kunnen het declareren...
Donderdag 17 juni.
De volgende dag gaan José, Fenne en ik nog even lekker shoppen, want we kunnen het declareren. De mannen gaan weer naar de camping. De reis daarheen duurt lang omdat er veel ramptoeristen zijn. Nadat José en ik een tukje hebben gedaan worden we gebeld door Bart dat alles nog in de caravan lag en dat het meeste droog is gebleven. Gelukkig is er niet geplunderd. Gerustgesteld vertrekken de dames naar het strand. Er waait wel een rode vlag maar in de Middelandse Zee vind ik dat onzin. Er is geen golfje dus ik speel samen met Fenne aan de waterkant. Komt de strandwacht, helaas niet zo’n lekker ding als uit Baywatch, me melden dat we toch echt niet in het water mogen vanwege de kans op vervuiling. Ik heb hier nog steeds m’n vraagtekens bij maar goed toch gaan we maar uit het water. Een uurtje later keren we terug naar ons hotel waar Jack en Bart ook net terug zijn. Het water is tot boven het bed gekomen waardoor onze slaapspullen niet meer te redden zijn. Verder bleken onze Dukdalf stoelen nog keurig op de veranda te staan. Al was de veranda wel weggedreven. Gelukkig stonden onze fietsen er nog wel. Wel moesten we toch echt een aantal spullen achter laten omdat ze helemaal onder de slik zaten en enorm stonken. Een flink aantal spullen stinkt ook wel maar we kijken wel hoe dat uit de was komt of als het is schoon gemaakt. ’s Avonds gaan we nog een keer uit eten want ja hoor, we kunnen het declareren. Het is nog wel even schrikken als aan het eind van de maaltijd blijkt dat we niet met de creditcard kunnen betalen. We kunnen nl. al een aantal dagen niet pinnen en zijn door onze voorraad cash geld heen. Maar gelukkig heeft Jack onze borg van 100 euro teruggekregen. Blijkbaar hebben we de stacaravan netjes achtergelaten ;-) (heeft dat afwassen toch nog zin gehad). Daarna kijken we TV en gaan slapen.
Vrijdag 18 juni.
Na het ontbijt vertrekken we een paar dagen eerder dan gepland huiswaarts. Een aantal spullen armer maar zeker een ervaring rijker. De volgende keer pak ik toch wat eerder mijn spullen in voor het geval dat. Al met al was het een hele ervaring die ik niet nog een keer zou willen mee maken maar stiekem ook niet had willen missen. We zullen wel kijken wat we terug krijgen van onze te declareren zaken en hopen dat we er niet teveel schade aan over zullen houden. Helaas kost ons dit gebeuren wel een 5 dagen vakantie. Maar gezien de beelden die we op TV hebben gezien hebben we nog mazzel gehad. Bovendien ben ik blij dat we redelijk snel het thuisfront op de hoogte hebben gebracht zodat ze zich niet al te veel zorgen hebben gemaakt. De foto’s staan onder de maand juni.
Jeetje, geen idee dat jullie daar zaten. Maar ik moet wel lachen om jullie Nederlandse nuchterheid. en... welkom thuis!
Vandaag moest ik weer naar de verloskundige. Vorige keer was geconstateerd dat de kleine in een stuit lag. Deze keer lag het volgens de verloskundige overdwars. Met de kont naar de uitgang. Reden voor een echo. Ik kon al gelijk vanmiddag terecht. Als daar ook werd geconstateerd dat ze overdwars lag moest ik weer na gaan denken of ze weer gedraaid moest worden in het ziekenhuis. Net zoals we toen bij Fenne hadden wat gelukkig uiteindelijk niet hoefde.
Ik had eigenlijk al wel voor mezelf een beetje besloten om het niet te doen. Fenne heeft tot de geboorte ook nog alle kanten op gedraaid en bij deze voelt het niet veel anders dus ik had zoiets dat kan wel weer vanzelf draaien.
Maar goed eerst maar eens de echo afwachten. Aangezien ik al vanmiddag terecht kon en Jack op zijn werk zat ging mijn moeder mee. Binnen een paar tellen bleek al dat het hoofdje nu al weer naar beneden lag en dus goed. Voorlopig geen stress dus. Wel leverde het weer een leuke foto op.

Eindelijk is het zover... Zwangerschapsverlof. En omdat Fenne toch nog naar Marja gaat heb ik ook echt lekker vrij. Gisteren heb ik voor het eerst sinds lange tijd uitgeslapen. Nou ja tot half tien. Vroeger was dat vroeg op staan maar die tijden zijn toch echt veranderd.
Afgelopen vrijdag wilde Fenne haar broek niet aan. Dus ik zette haar op de overloop met de mededeling dat ze naar me toe mocht komen als ze haar broek aan wilde. Even later kwam ze naar me toe met haar broek in haar handen. Toen ik hem wilde aanpakken haalde ze hem snel weg en zei MIS. Natuurlijk wel grappig maar het is niet echt verantwoord om daar op dat moment om te lachen. Dit ging zo een aantal keer door waarop ik elke keer zei: Mama vindt dit niet grappig. De eerstvolgende keer werd de broek weer aangereikt met een MIS. Toen daar ook nog achteraan kwam Grappig he? Kon ik toch echt mijn lachen niet inhouden. Gelukkig was na een keer of tien terug naar de gang de boodschap wel duidelijk en ging de broek toch aan.